ik wacht tot de trein vertrekt
zijn vertrouwde lach
dichtbij op het perron
hij zwaait terug, ik kus de lucht
ze wacht als zo vaak zo lang
zijn vertrouwde lach
ver bij haar vandaan
ze kust zijn foto, klein, verkleurd
het is donker en stil, ik luister
geniet van de geluiden
van de nacht, mijn gedachten
fladderen overal heen
het is donker en stil, ze luistert
angstig voorbereid op alles
gedachten zwart als de nacht
nestelen zich in haar hoofd
langzaam wordt het licht
een landschap komt tot leven
silhouetten worden bomen
de mooiste beelden sla ik op
langzaam wordt het licht
het besef van weer een dag
vol schaamte en vernedering
dringt zich loodzwaar aan haar op
een wegwijzer, de naam
van die zo bekende stad
een warm gevoel van veilig
geeft mij nieuwe energie
een wegwijzer, een taal
nietszeggend vreemde tekens
wijzen haar naar onbekend
ze zucht, voelt zich alleen
de stad ontwaakt
het zit erop, ben bijna thuis
verlang naar rust en verder niets
als ik een vrouw passeer
de stad ontwaakt
ze is zo moe, kijkt om zich heen
verdringt honger en het gemis
als er een vrouw passeert
ik glimlach
en loop door
wie is zij
waar gaat ze heen?