ik wacht tot de trein vertrekt
zijn vertrouwde lach
dichtbij op het perron
hij zwaait terug, ik kus de lucht

ze wacht als zo vaak zo lang
zijn vertrouwde lach
ver bij haar vandaan
ze kust zijn foto, klein, verkleurd

het is donker en stil, ik luister
geniet van de geluiden
van de nacht, mijn gedachten
fladderen overal heen

het is donker en stil, ze luistert
angstig voorbereid op alles
gedachten zwart als de nacht
nestelen zich in haar hoofd

langzaam wordt het licht
een landschap komt tot leven
silhouetten worden bomen
de mooiste beelden sla ik op

langzaam wordt het licht
het besef van weer een dag
vol schaamte en vernedering
dringt zich loodzwaar aan haar op

een wegwijzer, de naam
van die zo bekende stad
een warm gevoel van veilig
geeft mij nieuwe energie

een wegwijzer, een taal
nietszeggend vreemde tekens
wijzen haar naar onbekend
ze zucht, voelt zich alleen

de stad ontwaakt
het zit erop, ben bijna thuis
verlang naar rust en verder niets
als ik een vrouw passeer

de stad ontwaakt
ze is zo moe, kijkt om zich heen
verdringt honger en het gemis
als er een vrouw passeert

ik glimlach
en loop door

wie is zij
waar gaat ze heen?

Nacht van de Vluchteling, 28 juni 2016