ik krab zacht
wat kriebels weg
een laagje vel
laat los
mijn zongebruinde huid
jarenlang gehard
door weer, wind
en onbegrip

dan verschijnt
het felle rood
ik herken het ongemak
van liever niet
niet nu niet hier
hoezo?
die schaamte was
ik toch voorbij?

meteen daarna
stuit ik op
de blauw en bonte
pijn van binnenuit
ooit bedekt uit angst
zelfhaat of spijt
groen als gras
geen eigenheid

als laag na laag
is afgepeld en ik
kwetsbaar naakt
mijn wonden lik
voel ik
onwennig maar verrast
hoe goed mijn
eigen kleur me past